Op Instagram worden volgers van de Zaterdag 1 gevraagd naar hun favoriete elftal. Van oorsprong zijn WV-HEDW en zijn voorgangers zondagclubs. De zaterdagafdeling werd pas opgericht in 1968. Om recht te doen aan de clubgeschiedenis volgt hieronder mijn zondagelftal van de 20e eeuw, in een hedendaagse 4-3-3- opstelling:
Keeper: Michel Agsterribbe. Michel was doelman en aanvoerder van de zondag 1 van WV van 1945 tot 1953. In de wintermaanden trad hij tevens op als trainer. Later was hij ook elftalleider. Hij was daarnaast Nederlands kampioen gymnastiek. WV’er en ijshockey-international Dummy Smit zei over hem: “Michel Agsterribbe was me een persoonlijkheid, die stond in de goal en dan zag de tegenpartij geen gaatje meer. Niet omdat ie Joods was natuurlijk, maar door zijn uitstraling.”
Rechtsback: Jan van Diepenbeek.
Jan begon in 1915 op twaalfjarige leeftijd met voetballen bij Wilhelmina Vooruit. Op zijn vijftiende maakte hij zijn debuut in het eerste. Hij blonk uit als verdediger terwijl hij slechts 1.69 mat en al jong brildragend was. In 1926 stapte Jan op aandringen van zijn verloofde over naar Ajax. Tussen 1929 en 1939 speelde hij in totaal 211 competitie-en 83 vriendschappelijke wedstrijden in het eerste waarin hij 20 doelpunten maakte. Hij werd met Ajax vijf keer landskampioen, in 1931, 1932, 1934, 1937 en 1939. Jan was jarenlang aanvoerder van het Amsterdams elftal. Op 10 december 1933 debuteerde Jan op 30-jarige leeftijd in het grote Nederlands elftal dat in het Olympisch Stadion met 0-1 verloor van het toenmalige ‘wonderteam’ Oostenrijk. Na zijn glanzend debuut speelde Jan nog drie interlands. In 1939 keerde Jan terug bij Wilhelmina Vooruit als speler-trainer. Drie jaar na de heroprichting van de club in 1945 keerde Jan terug bij Wilhelmina Vooruit als trainer. Het seizoen daarna maakte Jan op 47-jarige leeftijd zijn rentree in de hoofdmacht van Wilhelmina Vooruit. Tijdens de beslissingswedstrijd met zusterclub HEDW om promotie naar de grote bond op 30 juli 1950 raakte Jan zodanig ernstig geblesseerd dat hij zijn voetbalschoenen aan de wilgen moest hangen. In het seizoen 1951-1952 vroeg het bestuur hem als adviseur van de elftalcommissie. Het seizoen daarop stond Jan van Diepenbeek als trainer voor de groep. Na een seizoen was hij weer weg: “Wegens geldgebrek had het bestuur namelijk besloten ‘de trainingen door een beroepstrainer te laten vervallen’”
Centraal: Jan Boon. Jan was een klassieke kopsterke stopperspil. Hij werd geboren in Krimpen aan de Lek. Jan was in de oorlog actief in het communistisch verzet. Hij zat gevangen in Scheveningen en kreeg na de oorlog het verzetskruis. In 1945 kwam hij terecht bij HEDW via zijn schoonvader Nathan Nikkelsberg, medeoprichter van EDW. Jan maakte tot 1957 deel uit van de zondag 1 selectie. Van 1951 tot de fusie met Wilhelmina Vooruit in 1956 was hij bestuurslid, waarvan de laatste twee jaar als penningmeester. Hij was zo geliefd dat hij, hoewel niet-Joods, zijn oude dag mocht slijten in het Joodse bejaardentehuis Beth Sjalom.
Centraal: Jan Schreuders.
Jan was veelvoudig honkbalinternational. Hij kwam in 1956 met zijn broer Wim over van Zeeburgia om zowel te honkballen als te voetballen. Hij beschikte dankzij zijn honkbalervaring over een geweldige sliding. Jan speelde met voetballer en acteur Hans Boskamp in het Amsterdams Elftal. In 1962 vierde Jan op 25 mei, de oprichtingsdatum van WV, zijn bruiloft in de kantine van WV waar zijn moeder vaak achter de bar stond.
Linksback: Leen Kervezee. Hij kwam als ‘talent van 36 jaar’ in 1957 met Jan Schreuders over van Zeeburgia. Hij speelde daarvoor tien jaar op het hoogste niveau bij Enschedese Boys. Hij kwam ook uit voor het Oostelijk Elftal. Leen speelde tot zijn 45e in de zondag 1 van WV-HEDW. Hij deed daarnaast dienst als wedstrijdsecretaris.
Rechter middenvelder: Cor ‘Corrie’ van der Hoeven.
Tussen 1948 en 1951 speelde Cor 52 officiële duels voor Ajax als middenvelder. Met Van der Hart en Joop Stoffelen vormde hij naar eigen zeggen 'de sterkste middenlinie van Europa´. In 1950 kwam de middenvelder drie keer uit voor het Nederlands elftal. In februari 1952 meldde hij zich aan als lid van WV. Hij bleef tot 1954. Toen verkaste hij naar VSV.
Centrale middenvelder: Nico Jonker.
Nico kwam in 1965 over van OVVO. Daarvoor speelde hij van 1959-1962 bij Blauw-Wit, dat in zijn eerste en derde seizoen uitkwam in de eredivisie. Na Blauw-Wit speelde hij nog twee seizoenen semi-betaald voetbal bij Vitesse (1962-1963) en het Haarlemse EDO (1963-1964). In 1967 ging Nico terug naar OVVO om vier jaar later speler-trainer te worden bij WV-HEDW. Dat bleef hij tot 1978. Hij was later nogmaals trainer van de zondagselectie van 1990 tot 1992 en van 1996 tot 2002. Daarna maakte hij zich verdienstelijk voor de club als coördinator/interne scout en jeugdtrainer. In 2012 nam hij afscheid als trainer van de A1.
Linker middenvelder: Nico Engelander. Nico debuteerde in het seizoen 1950-1951 op zeventienjarige leeftijd in het eerste van WV. In 1956 koos hij voor betaald voetbal bij Blauw-Wit. Tot 1960 speelde hij daar 77 eredivisiewedstrijden waarin hij 7 keer scoorde. Daarna speelde hij nog voor het Groningse Be Quick 1887 en SC ´t Gooi voor hij in 1967 terug kwam bij WV-HEDW. Nico speelde in het Amsterdams Elftal en in Nederland B, samen met spelers als Frans Bouwmeester. Op 18 april 1959 scoorde hij in Brugge tegen België B: uitslag 2-4. In 1967 keerde Nico terug bij WV-HEDW, dat inmiddels afgezakt was naar de AVB. In zijn eerste seizoen werd WV-HEDW kampioen en promoveerde naar de vierde klasse KNVB. Van 1969-1972 was Nico speler-trainer van WV-HEDW.
Rechtsbuiten: Jacques ‘Sjakie’ Peeper. Sjakie, geboren in 1934, was de vader van eenmalig international Marcel Peeper. Sjakie speelde in de jeugd van HEDW. In het seizoen 1951-1952 debuteerde hij in het eerste. Naar eigen zeggen speelde hij in het Nederlands Militair Elftal met o.a. Dick ‘De Knoest’ Tol van Volendam. In 1957 ging Sjakie naar Ajax. Hij speelde in het tweede met spelers als Piet van der Kuil, Wim Bleyenberg en Eddy Pieters Graafland. Toen hij bij het eerste werd gevraagd, kreeg hij astma. Dat maakte een einde van zijn voetbalcarrière.
Midvoor: Nathan ‘Johnny’ Roeg. ‘Johnny’ begon zijn voetbalcarrière in de jeugd van Hortus. In het seizoen 1926-1927 debuteerde hij in de hoofdmacht die toen in de derde klasse speelde. In 1928 vertrok Johnny naar DEC (De Eendracht Combinatie). Vandaar maakte hij de overstap naar Ajax. Tussen 1934 en 1936 speelde Johnny 26 wedstrijden in het eerste als aanvaller waarin hij 16 keer scoorde. Hij was na Eddy Hamel de tweede Joodse voetballer die in de hoofdmacht van Ajax speelde. In de zomermaanden van 1946 stoomde hij als trainer de spelers van Wilhelmina Vooruit klaar voor het nieuwe seizoen.
Linksbuiten: Rudy Blanes. Rudy kwam uit de eigen jeugd van WV-HEDW. Hij debuteerde in 1965 als linksbuiten in het eerste. In de laatste wedstrijd van zijn dertiende seizoen brak hij zijn been. Het was zijn laatste wedstrijd in de zondag 1. Volgens ooggetuige André Lopes Dias ontsteeg Rudy het niveau waarop de zondag 1 in zijn tijd speelde. Rudy was niet geïnteresseerd in een overstap naar Ajax, zoals Sjaak Swart hem naar eigen zeggen vroeg, omdat hij goed verdiende in de diamanthandel. Hij gaf bovendien de voorkeur aan de gezelligheid bij WV-HEDW. Rudy speelde in het Joods Nederlands Elftal en nam daarmee vier keer deel aan de Maccabia, de Joodse Olympische Spelen in Israël. In 1977 behaalde de ploeg zilver. In de jaren 90 speelde Rudy nog een seizoen bij de veteranen.
De reservebank:
Keeper: Jacques ‘Zamora’ van Croonenburg. Jacques keepte in de zondag 1 van WV-HEDW van 1959 tot 1962. Hij kwam van DEC en ging naar Zeeburgia. Danny de Paauw zei over hem: “Jacques was een wereldkeeper op moeilijke ballen maar een klotekeeper op klote ballen. Hij haalde er de meest idiote ballen uit maar kon zomaar een rollertje door zijn benen laten gaan.” Hij dankte zijn bijnaam aan zijn specialiteit het stoppen van strafschoppen, net als de legendarische Spaanse keeper Ricardo Zamora uit de jaren 20.
Verdediging: Andries van Loggem. Andries begon na de oorlog in de jeugd van HEDW. In 1950 debuteerde hij als zestienjarige in het eerste elftal. Hij vertrok vier jaar later met Sjakie Peeper naar Ajax. Na een maand werd hij van het eerste teruggezet naar het tweede waarin hij speelde tot 1956. Toen stapte hij voor twee seizoenen over naar de nieuwe fusieclub WV-HEDW. Een tweede kans bij Ajax werd gedwarsboomd door een gebroken been. Na zijn herstel stond hij in het seizoen 1960-1961 onder contract bij profclub Alkmaar ’54. Daarna werd hij speler-trainer van de voetbaltak van de Joodse omni-sportvereniging Maccabi in Amsterdam.
Middenveld: Gerrit Luttikhuis. Gerrit kwam in 1951 van DWS naar HEDW. Hij was toen al in de dertig. Voor de oorlog kwam hij uit voor de Joodse club AED (Allen Een Doel). Hij speelde in het Nederlands B-elftal dat uitkwam onder de naam De Zwaluwen. Van 1953 tot de fusie met WV in 1956 was hij trainer van HEDW .
Middenveld: Koenradus Johannes ‘Johnny’ Schaap. Johnny speelde in de jeugd van Ajax. In het seizoen 1960-1961 stond hij onder contract. Op 4 juni 1961 viel hij 11 minuten voor tijd in tijdens de competitiewedstrijd uit tegen MVV: 1-5. Hij begon twee keer in de basis bij bekerwedstrijden. Na Ajax speelde hij voor SHS (Scheveningen-Holland Sport), Alkmaar ’54 en De Volewijckers. In 1967 belandde hij bij WV-HEDW. Hij maakte deel uit van het team dat in 1968 kampioen werd van de AVB, ondanks het geruzie op het veld van Johnny met de andere vedette Nico Engelander. Toen Nico in 1969 naast medespeler ook trainer werd, was Johnny weg.
Voorhoede: Karel Blits. Karel was van 1949 tot 1951 linkerspits in het eerste elftal van HEDW. Toen stapte hij over naar Ajax. Hij speelde 3 wedstrijden in de hoofdmacht. Na één seizoen keerde hij terug naar HEDW. In 1955 vertrok hij naar DWS.
Trainers: Eddy Hamel (HEDW 1937-1941) en Piet de Visser (WV-HEDW 1956-1957, de eerste club die hij trainde in een loopbaan die voerde van WV naar Chelsea).
Jos van Meeuwen