• Hoe gaat het in coronatijd met... zaterdag 21?

  • Het coronavirus heeft ook WV niet onberoerd gelaten. De club ligt al een tijdje bijna stil, zeker bij de senioren, en wat doe je dan? Je probeert via allerlei wegen de band met je team- en clubgenoten in stand te houden. Echt gemakkelijk is dat niet. En dus gaan we je daarbij de komende weken een handje helpen door een paar van onze clubteams nader aan je voor te stellen. 

    Te beginnen bij Nederlands numeriek laagste zaterdagteam, WV-HEDW Zaterdag 21. Ooit werden ze tot hun eigen verbazing bijna kampioen in de onderste zesde zaterdagklasse, maar daar zijn ze al snel van teruggekomen. Wat heet. En nu worden ze door sommigen zelfs geafficheerd als ‘het slechtste team van Nederland’. Die geuzennaam klopt natuurlijk niet, want ze zijn ‘alleen maar’ laagste. En dan ook nog enkel op zaterdag. Al bevalt ook dat ze prima. Oftewel: hoe je van de nood – en opnieuw een aantal gruwelijke nederlagen vlak voor de recente tweede coronagolf – een deugd maakt. Coach Henk van Bakel maakte er meteen ook maar een long read van, voor bij het haardvuur tijdens de noodgedwongen Covid 19-pauze.

    Eerst maar eens een stukje recente geschiedenis. Toen ik als ‘koots’ na ruim 30 jaar WV een paar maanden geleden op het laagste punt van Nederland samen met de spelers van wat tegenwoordig WV-HEDW Zaterdag 21 heet als winnaar van een verliespartij – echt waar – van het veld stapte, kwam daarmee een voorlopig einde aan een al lang sluimerend streven: allerlaatste op het allerlaagste niveau worden. 
             Een makkie zou je denken, maar doe het maar eens, zeker als zelfs in eigen doel scoren sommigen van ons amper nog lukt. Een penalty missen dan weer wel, maar dat sprak eigenlijk altijd al vanzelf.  
             
    Aan de voet van De Meer

    Afijn, eerst maar eens wat verder terug in de tijd. We schrijven eind jaren tachtig. De Muur moest nog vallen, Nixon was al een tijdje een moordenaar en in het toenmalige WV-HEDW Zaterdag 6, ook destijds al het laagste zaterdagelftal van WV, speelden onder meer de gebroeders Frans en Peter Salden, Menno en Henk Bosma, Steven Boonzajer Flaes, Tinus Melessen en Fabian Takx. Namen waarvan sommige alleen de ouderen onder ons nog iets zullen zeggen, in zoverre ze überhaupt nog in leven zijn, maar mijn eerste kennismaking met dit illustere gezelschap was wel het begin van – ja, van wat eigenlijk? 

             Ik weet het nog steeds niet, echt niet. Het begon gewoon, ik deed mee, en ik vond het leuk. En dat is eigenlijk altijd zo gebleven. Ik had vijftien jaar in Nijmegen gestudeerd, deed wat redactioneel werk, was toegelaten tot de Rietveld Academie en zocht na enige tijd ook in Amsterdam weer een cluppie. Daar kwam bij: ik had vrij hoog gespeeld – al moest je dat vooral niet te nadrukkelijk melden aan Hans Weima die er later bij kwam – en ik wilde al dat stressgedoe niet meer. 
             Nou, bij WV kon dat. WV kende namelijk zelf al genoeg gedoe. Te beginnen bij een aangenaam soort shabbyness. En een heerlijk krakkemikkige kantine met daarachter een paar door de gemeente allang afgekeurde kleedlokalen waarvan de douches, als ze het al deden, ingenieus afwaterden in de belendende sloot. En één veld maar, want ook dat was genoeg. Je kon er ook toen al na afloop van je eigen wedstrijd heerlijk relaxt naar het eerste kijken, met de zon in de rug en met een biertje in de hand, waarna de biertoevoer en het aanvankelijk bescheiden ingezette gezang van vooral Steven allengs in volume toenam en nog heel lang doorging.    
             En dat alles dan ook nog ’s op een veld aan de voet van De Meer, het voormalige Ajax-stadion aan de Middenweg. Je kon er zomaar Piet Keizer of ‘mister Ajax’ Sjaak Swart himself tegen het lijf lopen, en ook Cruijff kwam wel eens kijken. Niet lang, want Johan had meestal andere, belangrijker zaken te doen. ‘Nog effe ’n pakkie sigaretten halen, Henk. Aan de overkant van de tram. En daarna ’n contractbeprekinkje met die lui van het bestuur. Spelen jullie trouwens al lang dit type 4-3-3? Of zie ik al een vleugje 4-3-2-1?’ 
             Nee, dat deden wij niet. Althans, áls wij dat deden, dan was het toeval. Maar goed, ook ik passeerde weleens iemand, gaf een al dan niet beslissende voorzet en na afloop was er bier. Want Mirek bestond al. En Sander en Ria Post natuurlijk ook, de altijd aanwezige vader en moeder van de club. In die kantine hing trouwens de heerlijk penetrante geur van sissende kroketten in oud, heel oud frituurvet, en eigenlijk heb ik die sfeer van toen altijd het mooist gevonden. 
             Al komt het huidige WV er qua ambiance weer aardig bij in de buurt. Oké, de afzuigkap van Paul en Anneke is wat moderner, maar de boompjes voor de kantine groeien hard en tijdens de wekelijkse zaterdagmiddag-trainingen afgelopen zomer was het platje bij De Voorzet zo’n beetje ons thuishonk voor de eerste, de tweede en vooral derde helft. 
             En meer hoeft eigenlijk niet, wat ons betreft.

    Doorvoerhaven van talent

    Maar goed, in dat soort sferen en stemmingen is het dus begonnen. En het mooie is: we zijn bijna altijd het laagste WV-team gebleven. Oké, er kwam weleens iemand bij en er haakte weleens iemand af. Voorstopper Gertjan Zwiers bijvoorbeeld. Of rechtsback Arnold Peters die half blind was en het vooral van zijn sliding moest hebben vanwege een progressieve spierziekte. Of Jan Peerdeman en zijn HVA-collega annex dramadocent Gerard van der Laan, die er bij tijd en wijle ook op het veld lustig op los acteerde. Of Hans Weima dus, die ook toen al boer wilde worden en zich in koppige periodes Snah liet noemen. Of geschiedkundige Frans Groot die nu bij de 45+ speelt en die op de stedentripjes der team-oudgedienden soms nog samen met Willem Koperdraat de culturele rondleiding doet. Of Stefan Gafencu en Jasiek Jagodsinsky, beiden grote talenten met een perfecte pass en beiden met een legitieme verblijfsvergunning. En de gebroeders Olivier en Roeland Meys natuurlijk, die nu een diskjockey-school in de Oosterpoort runnen en tevens aan levensbegeleiding doen. En Roeland Muskens, die een boek over Zuid-Afrika schreef, en Bob Karmelk, die met een ghettoblaster vol opzwepende songs naar het veld kwam en later ging schilderen à la Bob Ross. En misschien wel een paar van onze beste voetballers ooit: Willem Koperdraat, Daan Visser en Kees Ouboter, wiens zus Maaike ooit nog eens naar ons is komen kijken – en daarna nooit meer inderdaad – en en die later nog heel mooie liedjes zou gaan zingen, vol liefde en vol verdriet. 

             Misschien dacht ze daarbij wel aan ons. 
             Afijn, het mocht allemaal niet baten – en dan vergeet ik vast nog een paar van onze illustere passanten. Want er kwám wat voorbij, de afgelopen ruim dertig jaren, en degraderen kunnen we desondanks nog steeds niet. En kampioen worden al helemaal niet. 
             Maar heel, héél misschien worden we als numeriek laagste zaterdagteam van Nederland dus wel ooit nog eens echt allerlaatste in de competitie. Want ook als iets minder bedeeld team moet je natuurlijk wel je targets houden.
             
    Perifeer succes telt ook

    Merkwaardig is wel dat we het vooral in de periferie van zeg maar het ‘normale’ voetbalgebeuren wat verder lijken te kunnen schoppen. Zo doen we het in de KNVB-Beker best goed. Niet dat we De Kuip halen, dat zou ook wel wat erg veel gevraagd zijn, maar zoals laatst vijf punten uit drie bekerwedstrijden is voor ons doen niet gek. En in de voorlopig laatste editie van de onvolprezen Springer Cup (voorjaar 2019) wisten we het zelfs bijna tot de laatste vier te schoppen. Het had best een mooi feestje kunnen opleveren, daar op de traditionele slotdag van de club. 

             Maar goed, zodra de competitie begint... De astronomisch nederlagen rijgen zich aaneen: 0-7, 1-10 en (echt waar) 0-13, het zijn niet direct uitslagen om over naar huis te schrijven. En ik kan er best een paar doelpunten en/of wedstrijden naast zitten, want op ons niveau verdring je nog wel eens wat, maar het vergde dus zelfs enige moed om er in onze eigen app-groep verslag van te doen  (‘Ha Henk, én, hoeveel is het deze keer geworden? Toe, vertel nou...’). 
             Want dit zijn dus bij benadering de uitslagen waarmee wij het afgebroken eerste deel van seizoen 2020-2021 zijn geëindigd. Let wel: als vóórlaatste – ook dat nog ja. Want ergens in de periferie van Amsterdam bleek een team nóg slechter. Waarschijnlijk in een half ondergelopen polder met drainageproblemen en met een basisselectie van 6, 7 of hooguit 8 man. 
             En in de verte luidden de klokken.

    Derby der Allerlaagste Landen

    Zaterdag 22 augustus jl. waren we trouwens dicht in de buurt van dat allerlaagste punt. En wel letterlijk, toen we in Nieuwerkerk aan den IJssel de eerste editie van de Derby der Allerlaagste Landen (D.A.L.) speelden. 

             Er stond een licht briesje op en rond de velden van VV Nieuwerkerk, de hoogtemeter in de belendende polder gaf 6,75 m beneden NAP aan en lager dan dit kan een koe naar het schijnt in ons land niet grazen. En dus vormden wij voorafgaand aan de wedstrijd een vileine erehaag en deden wij ook daarna ons uiterste best om onze gewaardeerde tegenstander zand in de ogen te strooien, maar Kampong Zondag 26, het allerlaagste zondagteam van Nederland, was beter. 
             Wel gingen wij na de verdiende nederlaag als paradoxaal winnaar naar huis en staat de enige echte Beker der Allerlaagste Landen (B.A.L.) sindsdien bij onze aanvoerder Jasper op de schouw. Want iemand moet het doen en dat waren wij dus. Het ging tenslotte om de laagste plek.

                          

    Een aantal teamgeneraties van WV-HEDW Zaterdag 21 verenigd: Menno Bosma, Jasper Koetsier en Erik Diks na de prijsuitreiking van de legendarische D.A.L.-wedstrijd, zaterdag 22 augustus 2020 in het Zuid-Hollandse Nieuwerkerk aan den IJssel. Eindelijk helemaal onderaan, en nog wel op het allerlaagste voetbalveld van Nederland. (foto: Fabian Takx)

    Reislust

    Ondanks of misschien wel door ons tegendraadse olympisch streven hebben we de laatste jaren best een groot verloop gekend, maar wat ons altijd heeft gekenmerkt is een enorme reisdrift. Dat begon eind jaren negentig met een bezoek aan Lubnia in de buurt van Gdańsk. 

             Onze clubicoon Mirek komt uit die contreien, en ook Sander en Ria Post waren erbij, en dus was alles pico bello verzorgd. Zo liep er een fietspad kruislings over hun veld – ook zij hadden er maar één, zo bleek – en daar stond dan weer tegenover dat wij ons hadden geafficheerd als lichtelijk aan Ajax gelieerd, wat niet echt een leugen was. 
             Op die overmoed waren aardig wat dorpelingen af gekomen en ik geloof dat het Tinus was die na een half uur nog tegen de lat heeft geschoten. Of was het toch Mirek die scoorde? Waarna het merendeel van de bezoekers het wel voor gezien hield en schouderophalend afdroop naar de open vrachtauto die intussen vanuit het dorp of daar voorbij was komen aanrijden; een legerachtig geval dat bij aankomst niet eens toeterde en zich vervolgens strategisch opstelde tussen de oostelijke doellijn en een paar overhellende bomen daar. 
             Het was pas halverwege de eerste helft, dus wij van Ajax moesten nog even, en er ging aanvankelijk iets dreigends van die bolide uit. Maar tijdens de rust bleek al snel dat er achter het half opengeslagen zeil een enorme hoeveelheid bier en wodka schuilging. En dat momentum moet dus iets van een omen zijn gewest, want er ging een knop om en sindsdien waren wij qua reisjes en tripjes niet meer te houden. Misschien wilden we ook gewoon wel even weg bij alle nederlagen thuis, om ze vervolgens elders flink uitvergroot opnieuw aangereikt te krijgen... 
             Zo speelden wij ooit in het Roemeense Iași, vlak bij de grens met Moldavië, tegen een voormalig eerste elftal uit de Tweede Divisie daar. En jawel, roemloos in het Oost-Transsylvanisch afgeserveerd. En in Edinburgh bleek de Bank of Scotland veel te sterk, misschien ook wel omdat ze hun sponsorgelden er gezien de receptie na afloop flink voor hadden aangesproken. Niet veel later gingen ze na alle malversaties bijna failliet. 
             En ook Berlijn is altijd een aangename bestemming gebleven. Al was het maar omdat het notoir hasj rokende Pulmon Negro – dat aanvankelijk Schwarze Lunge heette, maar dat mocht dus niet van de Duitse voetbalbond – er in Kreuzberg telkenjare hun hyper-relaxte toernooi organiseert: tegenwoordig in een knus parkstadionnetje met veel graffiti op de verder kale westelijke tribunemuur, en voorheen op een open plek tussen de voormalig Oost-Duitse flats, vlak bij de permanent voorbijrazende U- of S-Bahn. Het keurig geëgaliseerde veldje bevond zich in een brede, Griekse arena-achtige kom achter een wit schoolgebouwtje en het lag er, te midden de schaduwrijke bomen en kleurrijk uitgehangen zaterdagwasjes van de omringende flatbewoners, best knus bij. Wel bleek deze innemende locatie  van oorsprong een bomkrater uit de Tweede Wereldoorlog. En ter geruststelling: toen wij er speelden is er nooit iets ontploft.
             Afijn, Eastbourne, Clacton-on-Sea, Hamburg, Meppen, Bonn, Gent, Davos, Praag, Wrocław, Porto Ceresio aan de Italiaanse kant van het Meer van Lugano zelfs – we zijn er allemaal geweest en we hebben er telkens weer verloren. En vaak vonden onze tegenstanders dat zo leuk dat sommigen van hen nog steeds naar ons Internationaal Toernooi komen, want ook dat evenement is dus uit die reislust voortgekomen. 
             ‘Kom maar een keer bij ons spelen, dan maken wij jullie in.’

             Nou, mooi niet. 

    Oud en nieuw bloed

    Kortom, Sander Post vroeg me tussendoor nog even het logo voor WV te ontwerpen (‘Want dat hebben we dus niet, Henk. Doe maar iets wat er altijd al is geweest’) en we doen het er maar mee. 
             Mutaties? Eminent lid van het eerste uur Erik Diks schijnt na de D.A.L.-wedstrijd van afgelopen augustus te zijn gestopt. Al weet je dat met Erik maar nooit vanwege de concurrentieslag met John van der Linden, die ook al sinds tijden ambieert om de langst spelende speler van de club te zijn en/of te blijven. En dus doet ook John soms nog wel bij ons mee om zijn jaarlijkse minimum van minstens één officiële wedstrijd te halen. 
             Zoals we wel meer inleners en tijdelijke herintreders hebben die vanuit allerlei hoeken en gaten van de club af en toe bij ons meedoen. Bas de Kort bijvoorbeeld, de jurist die ooit saxofoon speelde in de fietsenstalling van het Amstel Station en zo bij de club terechtkwam. Of Rawin Samadhan, die zomaar opeens opdook, prima kan voetballen en vooral buiten het veld een heel rustige en lichtelijk timide jongen is. Of Pieter Riedstra, ook al jurist, die ooit het zaterdaggebeuren bij de club coördineerde en die tegenwoordig bij de 35+ op vrijdagavond speelt. En glazenier Ruud Harberts natuurlijk, die nog altijd een bijna-perfecte schijnbeweging in huis heeft en die prachtige glas-in-loodramen maakt waarvan hij er nog steeds graag eentje aan de club wil slijten (‘Doe maar iets wat er altijd al was, Ruud.’). 
             Ook hebben we onlangs Sytze Mosselaar erbij gekregen, van de 35+. Een echte Friese doorzetter die in gedachten al minstens tien Elfstedentochten heeft gereden en die graag van afstand scoort. Momenteel onderzoekt Sytze trouwens of we komende zomer wellicht tegen een ander vermeend ‘slechtste’ team van Nederland kunnen spelen – op het altijd weer aangename Texel, waar Erik dan weer ooit als aankomend scheikundige stage liep in het NIOZ, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. 
             Want je moet ergens beginnen en zo krijg je de cirkel van een team dus ook rond. En anders spelen we komend jaar gewoon een keer tegen het veteranenteam van FC Sankt Pauli, in dat poldertje ten noordwesten van Hamburg. Want daar is dus de laagste plek van Duitsland. Of we reizen af naar De Panne, kan ook, om daar vlakbij tegen het Gentse Jugentus (met een g, maar wel in de clubkleuren van Juventus) te spelen. Want ook zij deden ooit mee aan het Internationaal Toernooi, en daar, in die polder vlak bij dat badplaatsje aan de Belgische Noordzeekust, is dus de laagste plek van onze Zuiderburen. 
             Want het moet intussen wel duidelijk zijn: we waren altijd al goed in laagste plekken en dat willen we graag nog even zo houden.
             
    Morgen wordt het vandaag

    En verder? Verder is er weinig om ons druk over te maken. Met Maarten Nooter, Mario Terlouw, Willem Rens, Mark Degenkamp, Daniël de Vries (als hij geen back speelt) en eerdergenoemde Sytze Mosselaar hebben we naast een prima bezet middenveld ook aardig wat IT-vermogen in huis. Best handig in deze thuiswerktijd. En back Jan Achterbergh weet alles van kredietwaardigheid en financiële hulpverlening, dus dat is nooit weg qua sponsoring. Sander van de Hoek was even weg vanwege een verbouwing maar heeft dat zonder kleerscheuren overleefd en komt er naar verluidt weer aan. En misschien geldt dat ook wel voor uittreder Duco (‘Met hoeveel zijn we morgen, Henk?’) van der Linden, neef van John en momenteel vooral non-flying captain bij de KLM. 
             En verder? Onverzettelijke diehard Menno Bosma weet nog steeds niet beter of hun linksbuiten is voor hem. En altijd weer leuk om glimlachend met u aangesproken te worden. En Maarten Vos, jaren geleden overgekomen van het team van André Lopes Dias en tegenwoordig samen met de al even onvolprezen Jasper Koetsier het centrale duo achterin vormend, heeft ooit nog eens bijna de Zilveren Schoen (25 doelpunten) bij ons gewonnen. Ja, dat waren nog eens tijden... 
             Maarten bleef destijds trouwens op 24 goals steken, tekenend misschien wel, en het hoort er allemaal bij. En sindsdien ging het dus bergafwaarts, niet met Maarten en niet met ons team, maar wel met ons scorend vermogen en met onze positie op de ranglijst. Daar hebben ook Philip Jan de Winter, Jelte van der Goot en Eke Bosman van Radio 538 vooralsnog niets aan kunnen veranderen. Want zij kwamen er recentelijk bij na de verslaglegging rond onze glorieus verloren D.A.L.-wedstrijd in Nieuwerkerk en ook zij verbazen zich nog steeds over het onbekommerd gemak waarmee wij onze nederlagen wegsteken. 
             Net als al die neutrale toeschouwers die er ‘op ons niveau’ nooit zijn. Oké, meestal zijn het er twee of drie hooguit, en vaak somehow related, maar vaker nog zijn het lichtelijk verdoolden, hysterisch op zoek naar die andere club of naar dat andere, wél makkelijk scorende team ergens op Sportpark Middenmeer. 
             ‘Weten jullie misschien waar het zevende speelt? Wij kunnen vandaag kampioen worden en ik ben hun spits en ik...’
             ‘Je kunt ook bij ons meedoen.’
             ‘Weet ik, maar...’
             Et cetera.

    Gezocht: makkelijk scorende spits

    En daarmee komen we dicht in de buurt van ons enige manco misschien: we komen nogal moeilijk tot scoren en zoeken daarom nog steeds een makkelijk scorende spits. 
             Imri van Kol, onze langdurig geblesseerde (en best wel makkelijk scorende) kaasspecialist is na een stevige enkelblessure namelijk nog steeds niet terug van weggeweest. Radio 538-coryfee Eke begon goed door meteen in zijn eerste wedstrijd te scoren – een Ajax-entreetje dus – maar heeft het daarnaast ook nogal druk met borrelhapjes proeven. En Kevin, onze bij tijd en wijle al evenzeer makkelijk scorende ‘ex-bijna-schoonzoon’ van Menno, heeft naar verluidt andermaal een nieuwe club gevonden. Ook nu weer omdat de herfstbladeren vallen waarschijnlijk, en meestal maar voor een paar weken, maar dat zou in deze merkwaardige tijden weleens flink wat langer kunnen zijn. En gelukkig is er dan altijd zijn kleine broertje Xander nog, ook al van elastiek en al net zo gedreven – en meestal vergeefs – op zoek naar de bal in het net.
             En verder? Gloort er ergens nog hoop?
             Ja, er zijn lichtpuntjes. Want soms heeft Allard de Groot het opeens weer op zijn heupen en puntert (of kopt!) hij er zowaar eentje in. Maar vaak ook moet hij eerst nog wat vliegtuigen op Schiphol aansturen, en liefst in de lucht houden, en dus komt hij wat later. 
             En Ardan Miedema dan, onze eminente psychiater annex notoir liefhebber van Lingen’s Blond? Ook hij schoot ze er vroeger moeiteloos in, in lang vervlogen tijden toen wij nog gewoon WV zat. 9, 11, 13, 14, 15, 17 of 19 heetten. En ook hij beperkt zich meer en meer tot een bescheiden assist, of laat zich zelfs een of twee linies terugzakken. En soms zelfs drie, als de kantine van WV, HFC of TZT weer eens lonkt. 
             We gaan er minzaam mee akkoord en doen het hem zelfs graag na. Want een ding weten we zeker: op een dag herrijst Ardan al fitnessend uit de as, net als ons hele team. En dan lonkt ook voor ons, na het ultieme D.A.L. van de onderste plek, opnieuw de kooppositie. Of in elk geval iets ‘hoogs’ daartussenin.   
             
    En dus, want het overwinningsbloed kruipt natuurlijk toch waar het niet gaan kan: mocht jij nog een reislustig derde-helft-team zoeken én een aardig balletje voorin kunnen trappen: schroom niet en bel Henk, 06 19 36 62 07. Marco van Basten kan nog even niet, want die heeft ook iets met zijn enkel of zo. En Jarek Zdrzniecki, onze geweldig uitzwervende nummer 10, heeft samen met onze keeper Tomek Klimek annex allerlei dubieuze Poolse poker-connecties al een paar keer contact opgenomen met Lewandowski. Maar die zit nu even in een dip. Jarek en Tomek komen trouwens net als Mirek uit Polen, en ooit debuteerde Jarek bij ons met vijf of zes doelpunten. Maar ook dat is al lang, heel lang geleden. En dus wachten wij gewoon nog even op wat ons de enige Weg naar Verlossing lijkt: die ene idioot die iedereen moeiteloos voorbij holt en de bal er gewoon in schiet. Doen we al lang, misschien wel te lang. Maar WV telt momenteel tweeduizend leden, corona heeft ook niet het eeuwige leven en over een paar maanden gaat alles weer beginnen. Dus winnen wij straks misschien wel dankzij jou met 7-0, 10-1 of zelfs 13-0 van TOB 5, ZCFC 9 of RAP 16. Je zult er minstens twee of drie hattricks voor moeten scoren, want wij doen het niet voor je, maar eindelijk: wraak! 

    Henk van Bakel

    Volgende keer WV Zondag 15: ‘We speelden als een krant vandaag.’

    -----------