WV-HEDW is in de nieuwste editie van de landelijke Top 200 van jeugdopleidingen gestegen van plaats 26 naar 11. Het is de hoogste positie van de club tot dusver. In de algemene ranglijst van amateurclubs, waarin zowel de prestaties van het eerste elftal als de jeugdopleiding meetellen, maakte WV de sprong van plek 52 naar 28.
De Top 200 wordt jaarlijks samengesteld door De Jeugdtrainer, het vakblad van de KNVB. Het klassement is gebaseerd op het competitieniveau van de Onder 21/23 en de JO19-1 tot en met JO13-1. Voor de algemene clubranglijst weegt ook het niveau van het eerste standaardteam mee; bij WV is dat Zaterdag 1, uitkomend in de eerste klasse en na een stroeve competitiestart dit seizoen opnieuw in de race om promotie naar de vierde divisie.
Met de 11e plaats in de jeugdranglijst verstevigt WV zijn plek in de top 30 waar het al een aantal jaren bivakkeert. In Amsterdam staan alleen AFC (1) en Zeeburgia (2) hoger; in Noord-Holland staan daarnaast het Alkmaarse AFC ’34 (5) en Koninklijke HFC uit Haarlem (6) op een hogere plek. Andere Amsterdamse clubs in de Top 200 zijn SDZ (33), SCPB’22 (36), Buitenveldert (43), Swift (57), DTA Fortius (87), AFC IJburg (169) en DCG (170).
De stijging in de ranglijst van jeugdopleidingen valt samen met een herinrichting van de technische organisatie. WV werkt sinds dit seizoen met technisch jeugdcoördinatoren (TJC’s) per leeftijdsgroep – onderbouw, middenbouw en bovenbouw – ondersteund door assistenten. De coördinatoren, die allen eerder hoofdtrainer waren bij WV, zijn verantwoordelijk voor het technisch beleid, de samenstelling van selecties en kennisdeling met trainers van de breedteteams. Belangrijk aandachtspunt daarbij is interne opstroom van spelers, die voorrang zou moeten krijgen boven het aannemen van spelers van buiten.
Ook de meidenafdeling kent sinds 2021 een eigen TJC. Hoewel een landelijke ranglijst voor meisjes- en vrouwenvoetbal nog altijd ontbreekt, zijn hier andere cijfers die op een competitieve positie wijzen: over de afgelopen twee seizoenen kregen twaalf speelsters een uitnodiging voor KNVB-regioselecties en werden zes speelsters op stage gevraagd door BVO’s met een vrouwentak.
Marcel van Riessen