“We kennen geen WV’ers meer en geen HEDW’ers. We zijn thans samen één club geworden. Geeft Uw beste krachten aan de nieuwe combinatie, aan Uw vereniging.” (Martijn Sajet en Mau Verdoner)
Op 7 juni 1956, zeventig jaar geleden, ontstond WV-HEDW, toen Wilhelmina Vooruit en HEDW fuseerden. Clubnestor André Lopes Dias maakte het van nabij mee. Hij werd in november 1955 lid van Wilhelmina Vooruit. Hij was destijds 15.
Na de hoopvolle herstart na de oorlog kregen Wilhelmina Vooruit en HEDW het in de jaren vijftig moeilijk. Het gemis van de vele leden die werden vermoord, werd nog altijd diep gevoeld. Het ontbrak beide verenigingen aan kader. Het ledenbestand vergrijsde. Er was onvoldoende aanwas bij de jeugd. Het ledental liep terug, mede doordat nogal wat leden, vooral van HEDW, emigreerden.
Bij Wilhelmina Vooruit zakte het clubleven in. De animo voor feesten en andere sociale activiteiten nam af. Er waren geldzorgen. Het lukte de club maar niet om jeugd aan te trekken. 1955 telde de club nog maar 72 senioren- en vijf jeugdleden. Dankzij een bescheiden ledenaanwas kon de club in het seizoen 1955-1956 nog vier seniorenteams en één jeugdelftal op de been brengen. Daarnaast had de club een aantal welpen (10-12 jaar). Die jongste leden kwamen niet voor op de ledenlijst.
Al in december 1953 luidde voorzitter Sajet de noodklok in clubblad Onze Revue. Hij opperde een fusie als mogelijke uitweg: “Het mooiste zou zijn een combinatie met een niet te grote club met veel jeugdige spelers.” Er werden zonder resultaat fusiebesprekingen gevoerd met de verenigingen Amstel en Arsenal. Een mogelijke fusieclub hoefde wat Wilhelmina Vooruit betrof kennelijk niet per se Joods te zijn. Hoewel de ledenvergadering van de club zich op 29 juni 1954 nog uitsprak tegen een mogelijke fusie, volhardde het bestuur in de optie van fuseren met een andere club.
HEDW stond er financieel beter voor dan Wilhelmina Vooruit. Bovendien had de club een bloeiende honkbalafdeling. Echter, ook bij HEDW daalde het ledental van de voetbaltak gestaag. In het jaar voorafgaande aan de fusie liep het aantal leden terug van 163 naar 142. In het seizoen 1955-1956 telde de club nog vijf senioren- en vier jeugdteams. Ook sportief verging het de club steeds minder. Het ledenverlies was voor HEDW reden om op zoek te gaan naar een fusiepartner. Dat het oog viel op Wilhelmina Vooruit lag volgens Danny de Paauw, zoon van oud-EDW-voorzitter Jaap, voor de hand: samengaan met het eveneens overwegend Joodse Wilhelmina Vooruit bood HEDW de gelegenheid ‘de Joodse traditie te handhaven’.
HEDW nam het initiatief tot fusiebesprekingen met Wilhelmina Vooruit. De voorzitters Verdoner en Sajet konden het goed met elkaar vinden. De clubs kwamen uiteindelijk overeen om samen te gaan. Maar de voorgenomen fusie stuitte op flinke weerstand, vooral onder de leden van HEDW, zoals Jacques Springer: “Je had Wilhelmina Vooruit en je had HEDW. Het waren wel twee clubs met een Joodse achtergrond maar ze waren toch anders. Je had een bepaald gevoel voor je eigen club en wij hadden niks met Wilhelmina Vooruit, want dat was eigenlijk de vijand als je tegen elkaar moest spelen.”
Volgens André Melkman, zoon van Willem, waren ook lang niet alle leden van Wilhelmina Vooruit voorstander van de fusie: “Dat ging niet vanzelf, er is lang over gedelibereerd. Ik moet eerlijk bekennen dat er veel leden van Wilhelmina Vooruit neerkeken op HEDW, volkomen ten onrechte. Ik denk dat de weerstand bij veel WV’ers tegen een samengaan met HEDW te maken had met het feit dat deze clubleden vonden dat Wilhelmina Vooruit een leukere club was met veel meer ‘cultuur’”. Buitenstaanders verbaasden zich erover dat Wilhelmina Vooruit als club van stand samen wilde gaan met “die schlingers van HEDW”, waarmee bedoeld werden marktjongens, een ander slag en ordinaire lui.
De weerstand tegen de fusie was mede terug te voeren op het verschil in achtergrond: “Voor de oorlog was Wilhelmina Vooruit de Joodse elite, HEDW de Joodse middenklasse en AED (Allen Eén Doel) de Joodse ‘mindere klasse’. Na de oorlog was Wilhelmina Vooruit nog steeds de rijkere club en HEDW de armere club”, aldus Danny de Paauw. Wilhelmina Vooruit was van oudsher relatief deftig, een vereniging van ondernemers, betere winkeliers en mensen met een goede baan. HEDW was een volkse familieclub met hechte onderlinge banden, met onder zijn leden veel marktkooplieden en kleine winkeliers.
De Joodse identiteit speelde sterker bij HEDW dan bij Wilhelmina Vooruit. Het ledenbestand van HEDW was voor bijna driekwart Joods, bij Wilhelmina Vooruit was dat de helft.
‘Overwinning van het verstand’
Op 7 juni 1956 hielden Wilhelmina Vooruit en HEDW tegelijk een buitengewone ledenvergadering in Hotel-Restaurant Krasnapolsky. Het fusievoorstel werd met verve verdedigd door beide besturen. Er was volgens Martijn Sajet moed en inzicht nodig geweest om tot de fusie te besluiten: “Want niemand geeft gaarne iets prijs dat van hemzelf is, dat hij heeft helpen opbouwen en in stand houden. Vooral voor de bestuursleden, waarvan enkelen dertig, veertig jaar, ja zelfs reeds van de oprichting af, dus bijna een halve eeuw, voor het welzijn van hun club hebben gestreden betekende deze stap een overwinning van hun gezond verstand op hun gevoel, een hernieuwd bewijs dat een leider niet moet heersen, maar dienen.”
Na verhitte discussies werd het fusievoorstel aangenomen. De stemverhouding onder de aanwezige leden van Wilhelmina Vooruit was 35 stemmen voor en 10 tegen bij een onthouding. Ook de leden van HEDW stemden, ondanks de grote weerstand, in meerderheid in met de fusie. Op 23 juni werd de fusie gevierd met een feestavond in het Minerva Paviljoen.
De officiële naam werd ‘Wilhelmina Vooruit verenigd met HEDW’, in de krant aanvankelijk afgekort tot Wilh. V-HEDW en later tot WV-HEDW. “Zelf hadden we dat niet bedacht” aldus André Lopes Dias, “Gezien de overheersende types Sajet en Melkman verwachtte men dat het Wilhelmina Vooruit zou blijven en dat alleen op bijv. briefpapier dan ook verenigd met HEDW zou staan.”
Het tenue werd dat van Wilhelmina Vooruit: blauw shirt, witte broek en blauwe kousen. Op het shirt zou een rood-zwart embleem –de kleuren van HEDW- moeten komen staan. Maar André Lopes Dias was stellig: “Ik heb nooit met een rood-zwart embleem gespeeld.”. Pas twee jaar na de fusie trok HEDW in bij Wilhelmina Vooruit. Tot die tijd beschikte de nieuwe club over twee velden sportpark Voorland en anderhalf op sportpark Drieburg. Op het tweede veld, dat HEDW deelde met Ambon, speelde ’s ochtends de jeugd. In 1958 werd Voorland de thuishaven. Daar werd ook het monument opgericht met de twee gedenkstenen voor de in de oorlog vermoorde leden en donateurs van beide clubs.
Alles bij elkaar gezien gaf Wilhelmina Vooruit de toon aan bij de fusie en niet het grotere en financieel sterkere HEDW.
In het eerste elfkoppig bestuur hadden zitting de WV’ers Sajet (voorzitter), Leo van Geuns (secretaris) en Willem Melkman (commissaris) en de HEDW’ers Mau Verdoner (tweede voorzitter), Jan Boon (penningmeester) en Jaap Rabbie (tweede penningmeester). Het nieuwe bestuur ging voortvarend aan de slag. Er werd koortsachtig gewerkt om de samensmelting in goede banen te leiden. Het bestuur had grote ambities met de club, op sportief gebied maar ook op het sociale vlak. Wat dat betreft hadden Wilhelmina Vooruit en HEDW een mooie traditie, maar het was niet gemakkelijk om die zomaar voort te zetten met de nieuwe club, zoals bleek uit de zorgelijke woorden van voorzitter Sajet in Onze Revue van januari 1957: “Maar een club kan voor haar leden ook méér zijn en de onze is –of liever de onzen zijn- dit ook altijd geweest. Maar wij hebben onze leden altijd meer gegeven dan de mogelijkheid tot voetballen alleen. Wij hebben vriendschap gekweekt, lezingen georganiseerd, gezellige bijeenkomsten, feesten, clubavonden, prettige tochten in binnen- en buitenland, kortom wij hebben van een club een CLUB gemaakt.” Maar het clubleven bestond bij de gratie van de betrokkenheid van de leden van de nieuwe club en daar ontbrak het nogal eens aan: “We zouden ze er wel met de haren bij willen slepen.”
In 1958 vierde WV-HEDW zijn vijftigjarig bestaan. De oprichtingsdatum van Wilhelmina Vooruit, 25 mei 1908, werd aangehouden als geboortedatum van de fusieclub. Het gouden jubileum werd groots gevierd in mei en juni met een trip van de jeugd naar Zutphen, voetbal- en honkbalwedstrijden, een receptie met diner in het Carlton Hotel, een reünie en een grote feestavond in Bellevue. Het feestprogramma werd op 29 juni afgesloten met een avondwedstrijd tussen WV-HEDW en de Holland Sportingclub uit New York.
Er verscheen een jubileumnummer van Onze Revue met bijdragen van verschillende Europese regeringsleiders, die brutaalweg werden aangeschreven met het verzoek in het kort hun visie te geven op de betekenis van sportbeoefening voor de jeugd. De omslag werd gesierd door de bijdrage van minister-president Willem Drees, die zich overigens in een begeleidend briefje afvroeg ‘of het eigenlijk wel op de weg lag van een plaatselijke club om zich met een dergelijke vraag ook te wenden tot de verschillende minister-presidenten in het buitenland’.
De fusie tussen Wilhelmina Vooruit en HEDW was een verstandshuwelijk. Van liefde op het eerste gezicht tussen de twee bloedgroepen was geen sprake. Al tilde een enkeling er niet zo zwaar aan. Zoals Bob Verdoner, zoon van Mau: “Ach ja, je was van dezelfde parochie, zal ik maar zeggen, grotendeels. Voor de rest werd er weinig aan besteed, aan geloofstoestanden of wat dan ook”. André Melkman, die in het zesde speelde, zei later dat hij op het veld nooit iets gemerkt van: o, die is van HEDW: “Dat was ook logisch want we waren natuurlijk allang blij dat we met elf man stonden. Je moet ook praktisch blijven.”
In het eerste elftal speelde de oude rivaliteit wel degelijk, getuigde Danny de Paauw: “Een vriendenclub zoals bij het honkballen was het bij het eerste voetbalteam bij lange na niet. Dat was ieder voor zich en God voor ons allen. Het klikte niet tussen de WV’ers en de HEDW’ers. Ze zagen ons niet staan. Ze hadden sterallures. Ik kwam van HEDW en ik stond linksbuiten. En Rein Slemmer stond linksbinnen, een geweldige voetballer, maar hij speelde geen bal af naar een HEDW’er. Zo werd er gevoetbald en dat ging dus niet. Er was kliekjesvorming in het eerste team. We hadden echt wel goeie voetballers, maar twee cluppies, dat werkte niet. Er was geen vriendschappelijke sfeer, zoals voorheen. Het ging hard naar beneden.” Dat bleek uit de resultaten. WV-HEDW 1 degradeerde in 1957 van de derde naar de vierde klasse KNVB. Twee jaar later volgde zelfs degradatie naar de eerste klasse van de onderbond, de AVB.
Vooral een aantal oud-HEDW’ers kon zijn draai binnen de nieuwe club niet vinden. Ze misten de ‘Max Tailleursfeer’, zoals Jacques Springer het noemde, de humor en de gein van hun oude club. Toen de Joodse sportvereniging Maccabi begin jaren zestig een voetbaltak startte, stapten vooral oud-HEDW’ers over, aangetrokken tot het exclusieve Joodse karakter van Maccabi en het onder-elkaar-gevoel van hun oude club dat zij bij WV-HEDW misten. Jacques Springer was één van hen: “Ik ben in 1960 naar Australië gegaan. Toen ik na een klein jaar terug kwam, ben ik niet meer naar WV-HEDW terug gegaan, maar meteen lid geworden van Maccabi.” De voetbaltak van Maccabi – niet meer dan ‘anderhalf elftal’- bestond vrijwel geheel uit oud-HEDW’ers.
De beoogde groei van het ledental werd niet bereikt. Integendeel. De fusieclub begon met 152 senioren en 27 jeugdleden. In het eerste seizoen telde WV-HEDW acht seniorenteams en twee jeugdteams. Twee jaar later was het ledental gedaald naar 126 senioren en 15 junioren. In het seizoen 1960-1961 telde WV-HEDW nog maar vier senioren- en drie jeugdteams. Na de uittocht naar Maccabi, telde de vereniging nog slechts twee seniorenelftallen en éen juniorenteam.
WV-HEDW was inmiddels kleiner dan Wilhelmina Vooruit voor de fusie. Ook financieel zat de club in zwaar weer. Een volgende aderlating was de uittocht van de honkballers in 1964, toen de honkbaltak zich afsplitste om met VVA te fuseren tot HVA (Honkbal Vereniging Amsterdam), een voorloper van de Amsterdam Pirates. Weer verloor de club een contigent oud-HEDW’ers, waaronder de broers Sam en Danny de Paauw. Een jaar later kreeg de club net op tijd een nieuwe impuls door de komst van twee elftallen en een handvol kaderleden van OVVO (Op Volharding Volgt Overwinning).
In de jaren zestig namen de oprichters en leden van het eerste uur afscheid als bestuurders. In 1971 verkeerde WV-HEDW in ernstige financiële moeilijkheden. Een nieuw bestuur met Harry Polak (voorzitter), André Lopes Dias (secretaris) en Sander Post (penningmeester) pakte de problemen voortvarend aan en legde daarmee de solide basis voor een mooie toekomst. Sander Post (penningmeester van 1971 tot 1978; voorzitter van 1978 tot 2002; erevoorzitter sinds 2002; ons ontvallen in 2017) en André Lopes Dias (bestuurslid van 1962 tot 1968; secretaris van 1971 tot 2022; erelid sinds 2006) zorgden voor de nodige continuïteit in het bestuur.
Het samengaan van Wilhelmina Vooruit en HEDW in 1956 draaide in feite uit op een mislukking. Maar zonder de fusie hadden Wilhelmina Vooruit en HEDW als afzonderlijke verenigingen waarschijnlijk niet overleefd. De fusie legde zo uiteindelijk toch de grondslag voor de bloeiende vereniging die WV-HEDW anno 2026 is.
“Honderd voetballers, een knollenveld, twee schuurtjes en Sander” (een persoonlijke noot van de auteur)
Dat was wat ik aantrof toen ik in 1971 lid werd. In het ene schuurtje zaten de deplorabele kleedkamers. Het andere schuurtje was de krakkemikkige kantine, die werd gerund door Sander en Ria en Hennie en Bram. “Maar al was er geen geld, al dreigden de wanden van de kantine om te vallen, al zakte je door de vloer van de kleedkamers, al stelden de voetbalprestaties niet veel voor, het was o zo gezellig. De saamhorigheid was groot.”
Dit verhaal is gebaseerd op deel 2 van het jubileumboek Jongens, vol illusies en idealen WV-HEDW 1908-2008, Met nieuwe kracht het veld op 1946-1967.
Jos van Meeuwen